Vrijdag 18 mei 2012 | RSS

Michel Jacquemin, ooggetuige dood Simpson (30-4-2006)

Categorie: B.N. interviews | door | geplaatst op 09-06-2010 om 20:13

BKr

Zoals beloofd in de bus van EL Travel nog eens het verhaal van die Belg op de Mont Ventoux......

“Of ik mee wil winkelen in Maastricht” is de vraag van broer Evert als we zomer 2005 nog een periode op een camping in Ittervoort bivakkeren. Als ik ergens een hekel aan heb is dat wel het bezoeken van stadjes met winkelboulevards, markten en braderieën. Ik besluit toch maar mee te gaan en het wordt één van de meest opzienbare en wonderlijke trips, waar we een ooggetuige van de dood van Tom Simpson ontmoeten, op die zware en warme julidag in 1967.
 
We slenteren door Maastricht als we op een gegeven moment bemerken dat er een wielerparcours wordt opgebouwd. Het blijkt de dag te zijn van de profwieler-ronde van Maastricht. Veel toeschouwers al in de middag aanwezig. Als ik dan toch in een stad ben is één van mijn geliefde bezigheden de boekhandels te bezoeken op zoek naar wielerliteratuur. Zo sta ik in de Slegte, waar vóór in de winkel boeken liggen over de Tour de France. Ach, ik heb er al zoveel en dus besluit ik maar verder de winkel in te gaan. Als ik een kwartiertje later de winkel wil verlaten toch maar even weer dat boek in mijn handen. Naast me staat een man die vanuit het niets met mij begint te praten. “Awel, zijt gij ook een coureur” is het begin van dit gesprek. We raken gewikkeld in een vraag en antwoordspel over de wielersport. Als ik bij een bladzijde van Tom Simpson ben aangeland krijgt het een heel verrassende wending. “Ik was daarbij” vertelt de man me. Het is Michel Jacquemin, een beroepsrenner uit ver vervlogen tijden. We besluiten beiden het boek te kopen en buiten verder met elkaar te gaan spreken. Nieuwsgierig ben ik dan al tot op het bot, omdat ik namelijk zelf ook eens de mythe van Simpson ging ontdekken.

Jacquemin bleek dus ook als lid van de Belgische selectie de TdF in 1967 te hebben gereden. Jacquemin: “Ik reed best goed. Ik stond een aantal dagen aan kop in het bergklassement. Men had toen nog geen bolletjestrui natuurlijk. De etappe over de Mt. Ventoux had ik bij de start die bergprijs nog in handen. Ik nam me voor dit tot het bitterste eind te verdedigen. Zo kon het zijn dat ik met de kop van de koers aankwam aan de voet van deze zo gevreesde berg. Het was bloedheet die dag. Aan de voet van de berg besloot Simpson dat we even bij een boer verkoeling konden krijgen. Daar hing een grote slang met lekker koel water. Dan begon de beklimming. In die tijd nam je wel eens een versterkend middel en was de voeding anders uitgebalanceerd dan nu. Ik kwam nog redelijk mee tot in het bos. Daar kreeg ik een behoorlijke ‘patat’ en ging helemaal stuk. Aan de kant stond publiek en ik stopte om wat te drinken. Het was o.a. wijn en ik heb dat geweten. Ik kwam op een kleine 7 a 10 minuten van de kop te zitten. Toen ik in het maanlandschap arriveerde zag ik in de verte voor mij dat er een groepje mensen bij elkaar stond. Toen ik de plek voorbij fietste zag ik Simpson daar roerloos liggen. Ik heb de etappe op achterstand afgesloten en hoorde later dat afschuwelijke bericht dat hij was overleden.”

Er heerste grote verslagenheid in het peloton. De volgende dag hebben we voor de start van de etappe nog even een minuut stilte gehad. Het was één van de grootste decepties uit mijn loopbaan”

We spraken nog wat verder over de wielersport van nu en ik vroeg hem of ik een keer een interview met hem kon aangaan. Hiermee stemde hij in en dus kreeg deze ontmoeting een vervolg, waarbij ik de carrière van Jacquemin verder zal belichten.

Carriere Jacquemin
Jacquemin werd geboren op 27 september 1942. Zijn actieve wielercarrière lag tussen 1948 en 1970. Op 8 jarige leeftijd hoorde hij op de radio veel berichtgeving vanuit de TdF. De Belg Stan Ockers werd 2e in het eindklassement. Samen met zijn broer Fernand deed hij veel aan sport; zwemmen, voetballen, schaatsen en natuurlijk fietsen. Dit speelde zich af in het plaatsje Opgrimbie. Zijn vader vertelde hem veel over Kerff Marcel, een Belg die 6e werd in de allereerste TdF in 1903. Deze Kerff was geboren in St. Martens – Voeren en kwam daar veel in het café van Jacquemins oma. Het gezin Jacquemin woonde op een afstand van 200 m van een grote vijver en een bos. Met een ‘hele bende jonge gasten’ hadden ze daar een cyclocrossparcours. Deze jeugd zorgde ervoor dat Jacquemin heel veel lichaamsbeweging kreeg en een goed longinhoud had. Later bleek bij een medische keuring, toen hij werd geselecteerd voor België B voor de TdF van 1967, het team dat ook wel Le Diablo Rouge (Rode Duivels) werd genoemd, dat hij dr. Marlier van de universiteit te Gent verbaasd liet staan toekijken. Hij blies op een apparaat om zijn longinhoud te meten. Het resultaat 7,2 liter. Hij moest een hertest doen omdat men dacht dat het ding het had begeven; blies hij 7,3 liter. Hieruit bleek zijn aanleg. Om aan een ‘koersfiets’ te geraken was ook een ‘ander paar mouwen’. Door bosbessen te plukken en te verkopen, dat was vanaf de zomer 1957, kon hij in februari zijn eerste ‘occasie’ koersfiets kopen. Prijs toentertijd: BFr. 200. Eentje trouwens met gewone bandjes en dus geen tubes. Door deze verschijning wist heel Opgrimbie dat Jacquemin coureur wilde worden. Met hem gingen ook anderen trainen en in het dorp interesseerde de plaatselijke fietsenmaker zich ook meer en meer en kwam er een koers op zondag 20 april 1958! Beginnelingen in een wilde koers over 60 km. Er stond, zoals Jacquemin aangeeft, ‘massa volk’ aan de kant. Er waren 20 premies te verdienen en uitgezonderd één wonnen zijn broer Fernand en hij alles. De massasprint was erg spannend en in ‘inrichters van de koers’ waren van mening dat Michel Jacquemin had gewonnen. En dus waren de palm en de beker, overhandigd door Godelieve Lambraghts, voor hem. De vader van een andere deelnemer, een woonwagenbewoner, was het daarmee niet eens en sloeg de palm en de beker kapot. In 1958 won hij nog 4 koersen en in 1959 nog 8, alles als ‘onderbeginneling’. Toen hij zich bij de bond aansloot en als nieuweling reed won hij nog eens twee koersen in dat jaar. Belangrijke mensen in zijn carrière en in het begin daarvan waren in elk geval zijn ouders, zijn broerd Francois, Jean, Rene en Fernand maar ook de wielerclub Sport en Moedig Genk. In een later stadium b.v. Garten Fland (sportbestuurder Peugeot 1965), Driessem Guillaime (sp.best. 66/67 Romeo – Smiths), Cois Cools (sp.best. Mann – Grundig 68/69/70). Overigens kon je in de jaren 60 goed je kost verdienen ‘als ge goed reed’. Soms veel en soms wat minder te verdienen maar in 1965 en 1967 verliep dat prima voor Jacquemin. Daarbij was er in die tijd veel avontuur tijdens de reizen. Zoals hijzelf ook aangeeft: “Als ge 21 jaar zijt en ge moogt uw eerste vliegreis maken naar Zweden, dan is dat toch prachtig in het jaar 1963. De zesdaagse koers in Zweden op de weg was een prachtig avontuur en de blonde meisjes waren meegenomen. We waren met vier renners aan de start: Roger Swerts, Willy Planckaert, Rolan van de Rijsse en ikzelf. We waren liefhebbers en mochten daar strijden tegen de Russen en de Oost Duitsers, de verkapte beroepsrenners dus. Maar we wonnen wel ritten en Swerts werd eindwinnaar a.u.b. In 1964 mocht ik ook mee naar het avontuur van de vredeswedstrijd Warschau – Berlijn – Praag. Eén van de mooiste overwinningen van mijn 112 was de laatste rit met de aankomst in de straten van Praag. Er waren daar meer dan 50.000 mensen aan het parcours. De Tsjech Jan Smolik werdv eindwinnaar voor eigen volk.” In 1961 behaalde hij 33 overwinningen als nieuweling. Eén van zijn ‘strafste’ ging als volgt. Hij startte in vijf achtereenvolgende dagen en won ze alle vijf. Dit was van 21-7-1967 tot 25-7-1961 in ‘de Walen’, en dit allemaal zonder een versnelling aan de fiets. In 1962 won hij 10 keer als amateur. Ook in Elsloo, in het dorp van Harrie Stevens. Dit leverde hem gelijk een aanbieding op om in een Nederlandse ploeg te gaan rijden in de trui van ‘Margarine Tafeltrots’. In 1963 19 overwinningen en dus de al beschreven reis naar ZwedenOp 15 september 1963 behaalde hij een mooie overwinning in de ronde van Vrusschemig – Heerlen. De krant gaf de volgende kop weer.

Ronde van Heerlen voor sterke Belg Jacquemin

Ik neem u even mee naar hetgeen in het krantenartikel te lezen viel: “Jaqeumin stak met kop en schouders boven zijn (Nederlandse – Limburgse)tegenstanders uit en de jongen talentvolle Belg, die zopas is teruggekeerd uit de zesdaagse wegwedstrijd aan Zweden, bewees niet alleen uitstekend in conditie te zijn, maar daarnaast een flinke portie wedstrijdroutine te bezitten.”

Tussen 1965 en 1970 reed Jacquemin als onafhankelijke prof met misschien wel als hoogtepunt in 1967, het pré – Jan Janssen jaar (winst TdF 1968) en het jaar met dat vervelende incident met Tom Simpson.

Carriere Jacquemin deel 2

Hierbij nog verder iets beschreven van mijn loopbaan vanaf 1965. Dat jaar was ik als onafhankelijke actief. In die tijd was het normaal van enkele tijd tussen amateur – liefhebber en beroepsrenner als onafhankelijke iets te bewijzen. Als onafhankelijke werden door mij drie overwinningen behaald. In het begin van het seizoen won ik te Koersel (Limburg) en was ik zo enthousiast en wilde ik er alles aan doen om een zeer goede renner te worden,dat ik op een donderdag alleen op training trok door drie landen. Ik vertrok om 08.30 uur ’s morgens voor + 160 km over de Voerstreek naar Eupen, dan Monschau Duitsland, dan tussen Monschau en Aken mijn boterhammen opgegeten en zo over Aken naar Vaals en Maastricht Nederland, zodat er een goede, zware training opzat. Dan win ik nog te Kapellen – Antwerpen en Jette – Brussel. Op dat ogenblik zit ik toch al boven de 100 (!) overwinningen. Inaugustus 1965 wordt de stap gezet naar de beroepsrenners en ik rij dan voor Peugeot, de ploeg van wereldkampioen Simpson, Bracke, Pingeon, Van Coningsloo enz. Er worden op goed een maand zes koersen gewonnen. Te Oud Turnhout, Heist op den Berg, Rummen, Kemreke, Berhove en Bornem. De allereerste beroepsrennerskoers win ik in een spurt met drie voor Vic van Schil (2e) en Herman van Springel (3e). Zodoende komt dan een mooie 14 dagen tijd aan. Ik maak dan enkele zeer speciale zaken mee. De inrichters van Parijs – Tours 1965 zijn het moe om altijd een massaspurt na 250 km koers te krijgen en beslissen om de fietsers te verplichten om zonderderailleurs, versnelling, te rijden. Stl u voor. We mochten van voor maar één groot kamwiel hebben en op het achterwiel drie. Maar zonder versnelling wilde zeggen dat als ge de ketting wilde verleggen ge moest afstappen om het wiel los te zetten en de ketting te verleggen. Enfin, ik naar Parijs – Versaillesw, zonder fiets, alleen maar eenzadel mee. Er werd voor mij een volledig nieuwe fiets, Peugeot, gemonteerd in een grote Peugeotwinkel op een grote boulevard in Parijs. Ik heb dan ook Simpson, Bracke, Van Coningsloo en Mertens vier dagen verbleven in het hotel Le Cheval Blanc te Versailles. We hebben wat afgelachen met Simpson zijn toeren. Wat een mooie tijd. En wie wint er? Gerben Karstens toch wel zeker. Dan op naar Milaan naar de Ronde van Lombardije. Nog dit; in Parijs – Tours was ik met 2e aan de meet met + 100 man en ik werd 25e. Gerben was in de laatste km gedemarreerd. In Milaan sliep ik met Ramsbottom op een kamer naast Tom Simpson. Tom had zijn echtgenote Helen als kamergenote. We hebben daar nogal wat gelachen en toeren uitgehaald. En Simpson heeft een grote prestatie neergezet. Hij wint na een zeer lange ontsnapping. Op de Col d’ Intelvi, dat wij tweemaal moesten beklimmen en 1000 m hoog was, is Tom nog alleen vooruit met 1 minuut voor. Poulidor en Anquetil zetten de achtervolging volop in. Er zijn maar twee renners die kunnen volgen. De twee ploegmaten van Simpsons Peugeot, genaamd Zimmerman en Jacquemin. Hier heb ik toch wel één van mijn mooiste prestaties neergezet. 23 jaar zijn en Anquetil en Poulidor die me niet los krijgen bergop. Hier ben ik nog fier op. Natuurlijk stonden toen de sportbestuurders in de rij en Lomme Driessens haalde het. Het wordt Romeo Smiths. Smiths Chips legde een eis in om de ploeg te laten voorstellen in Broek op Langedijk in NL. We zijn dan ook op 15 januari 1966 voor een 17 tal dagen in Italië (Borgio Veres) op trainingskamp geweest en hier heel veel getraind op het parcours van Milaan – San Remo. Capo Mele, Capo Berta, Poggio; zeer mooi. Eerst was ik van 3 jan. tot 10 jan. ’66 op hoogtekuur geweest op d’ Alpe d ‘Huez met wereldkampioen Theo Verschueren en Van Hulst (NL) en verzorger Jan van Dinteren (NL). Alleen fietsen op de rollen en gezonde lucht op grote hoogte. Met Eddy Merckx ook veel te maken gehad natuurlijk. Op 2 juni 1966 te Helchteren werd Eddy Merckx 1e van een kopgroep van 3. Ikzelf werd 2e en Eric de Vlaminck 3e. De groep zat op 5 min. 1966 werd toch wel een iets minder seizoen. Maar natuurlijk moest ik mij wat aanpassen vanaf begin seizoen. Toch won ik nog tweemaal. Te Lommel en weer, voor de 2e keer, in Oud Turnhout. In Ou Turnhout is Rik I, dus Rik van Steenbergen, ook gehuldigd en mee vertrokken. Ik vind het nog altijd fijn dat ik met de grote Belgische vedetten gekoerst heb. Dus met Rik van Steenbergen, Rik van Looy en Eddy Merckx. Rik van Looy heb ik altijd zeer bewonderd. Het was een zeer goed klassiek renner. Het jaar 1967 werd dan mijn beste; en voor mij een schitterend seizoen. In de winter van 1966 – 1967 heb ik mij zeer goed gesoigneerd en enkele cyclocrossen gereden om goed bezig te blijven. Onmiddellijk al een goed vorm te pakken en sportbestuurder Lomme Driessens stuurde mij met de ploeg naar de Ronde van Palma de Mallorca. Verzorger was de Spanjaard Vidal, die wel in België woonde. Mijn ploegmaten waren o.a. Lelangue en Wim de Jager (NL), mijn kamergenoot. Later is Bob Lelangue chauffeur geworden van koersdirecteur Jean Marie LeBlanc in de Tour de France. Enfin, zeer goed gereden, ook in het klimwerk en de laatste rit naar Palma nog 3e. Ik mocht dus onmiddellijk naar de Ronde van Spanje. Enkele mooie anekdotes. In de 3e of 4e rit naar Madrid trok ik in de aanval met Jan Janssen. We pakken 2 min. maar het peloton laat Janssen niet zomaar gaan en we worden teruggepakt. Janssen wint de Ronde trouwens en Jan moet wel gevoeld hebben dat ik vloog die dag. Later in augustus ’67 in de TdF komt hij mij vragen om nog eens zo’n aanval met hem op te zetten. De ploegleiding begreep dat ik zeer goed klom en ze spelen mij uit in de koninginnerit, de 11eetappe Barcelona – Andorra. 241 km met 3 cols, waarin de Col de Envalira, 2400 m hoog en aankomst in de afdaling op 1000 m in Andorra. Één renner kan ontsnappen en winnen; de Spaanse klimgeit Augustuso Jimenez. Op de bergtop Envalira blijven we nog met zes over, waarbij ook Jan Janssen. De sportbestuurder zegt in de auto dat Michel nu maar niets aan de hand krijgt in de afdaling. “Vlam”, de eerste scherpe bocht naar rechts vallen 3 renners voor mij. Oo Jan Janssen valt en ik erover; neer; ketting eraf; stuur scheef; gekwetst met schaafwonden. Hoe kon dit nu. Bij het ingaan van de scherpe bocht was de weg droog. In het uitkomen van de bocht liep toch wel het smeltwater van de sneeuw over de weg en voila, daar lagen we. Ik ben toch nog 6e in deze bergrit, de koninginnerit, geworden. Zodoende begonnen de reporters te eisen dat ik geselecteerd zou worden in de nationale ploeg voor de Tour de France. Van de tien ploegmaten schoten er nog maar drie over voor de laatste ritten, t.w. Roland van de Rijse en Bas Maliepaard (NL) en ik. Ik zette nog eens alles op de laatste rit, de 18e etappe Zarauz – Bilbao over 175 km, zondag 14 mei 1967. Nooit in mijn leven heb ik zo hard en zo lang gevlamd als in die rit. Op 145 km van de meet ga ik lopen en pak na 60 km een zestal minuten. Op de col van de eerste categorie, de Alto del Sollube breekt een onweer los en mijn twee ploegmaten rijden plat. Dus er blijven een twintigtal achtervolgers over en ik heb niemand om af te stoppen. Dus ik heb zes minuten te verdedigen op 25 km van de meet. Nooit heb ik nog zosnel en lang het geweldige tempo kunnen onderhouden met een versnelling van 53 x 13. De ramp gebeurd op 4 km van de meet. De 20 achtervolgers pakken mij en Gerben Karstens wint de spurt. ’s Avonds komt Gerben bij mij zeggen: “Ongelooflijk hoe gij gevlogen hebt en er was maar één renner die verdiende te winnen en dat was gij. “ Mar ja, mijn naam was gemaakt als klimmer en tijdrijder en ik mocht weer mee naar de Ronde van Luxemburg. Ik heb daar goed geklommen. 2e achter Augustuso Jimenez in het bergklassement en verschillende keren als eerste op de top en daarnaast mijn ploegmaat Frans Brands goed geholpen als winnaar van de ronde. Er wordt dan een selectie gemaakt voor twee Belgische nationale ploegen voor de TdF. De heer Ceulaers, voorzitter van de sportcommissie, en vele reporters vinden mij zeer geschikt om de Tour te betwisten. Ik word geselcteerd voor de ploeg Le Diable Ruge; De Rode Duivels. De Belgische kampioen Guido Reijbrouck vraagt mij al kamergenoot om verschillende redenen. Hij weet dat ik optimist ben, altijd goed gezind. Ik lach graag en veel en ben altijd in voor een grapje. Ik zeur niet en ik eet goed en ben normaal gezien nooit ziek. Hij vraagt wel dat ik op + 40 km voor de meet een café opzoek en hem Coca Cola meebreng. Hij heeft dit nodig om zich goed te voelen om mee te spurten voor de groene trui te veroveren. In Angers is op donderdag 29 augustus 1967 de proloog van 5 km 775 m. Wie is de eerste Belg denkt ge? Michel Jacquemin, jawel. Wie wint de eerste rit in Saint Malo; onze ploegmaat Walter Godefroot voor Gerben Karstens. In de 2e rit naar Caen ontsnap ik met 13 renners en word ik met 3 min. voorsprong virtueel gele trui. Maar na 70 km ontsnapping komt Aimar, winnaar van de TdF 1966, bij ons met een groepje en dat kan het peloton niet toestaan en is de ontsnapping gedoemd om te mislukken. Maar niet getreurd. De 4e rit naar Roubaix, over enkele kasseistroken van Parijs – Roubaix, werd mijn kamergenoot Guido Reijbroeck winnaar. De volgende rit naar België, naar Jamber, breekt mijn kader. Niet zo erg want ik krijg een reservefiets. Ondertussen ben ik al vanaf de 2e rit leider in het bergklassement. Al de bergjes doe i mee voor de punten en zo word ik elke rit voor het vertrek gehuldigd. Ik krijg bloemen en kussen van een schoon meisje en aan de bloemen is een lint met de tekst: “Grand Prise de la Montagne; Chocolat Toulon.” Hier heb ik nog twee linten van en het is een voorloper van de bolletjestrui. Deze linten van leider en mijn koerstrui zijn al gedurende enkele maanden tentoongesteld in het wielermuseum van Roeselare en het Ronde van Vlaanderenmuseum in Oudenaarde. De koerstrui van de Rode Duivels is toch wel een unicum omdat bij mijn weten niemand anders nog zo’n trui heeft. Er is de Belgische vlag in verwerkt met drie kleuren. De 7e rit naar Strasbourg kom ik nog 2e boven op Col du Donon en zit ik in de kopgroep met ontsnapping en word ik 6e. De 9e rit met aankomst in Divonne les Bains wordt mijn kamergenoot Guido Reijbroeck weeral winnaar. Mooi de drie ritzeges voor onze ploeg en ikzelf leider in het bergklassement en Guido leider in het puntenklassement groene trui. Dan de Alpen en ik krijg het toch wel wat moeilijker in de cols. Dan komt de 13e rit op de 13e augustus met de gevreesde rit Marseille – Carpentras met de vreselijke Mont Ventoux. Het was al enkele dagen snikheet en wij kregen maar 1 of 2 bevoorradingen. Voor de rest moesten wij ons plan trekken, stoppen, café inlopen en drank meegritsen ofwel soms langs de weg een fles drank vragen. In deze rit ben ik gestopt met Tom Simpson en Noël Vanclooster en nog enkele anderen, bij een boerderij. Ik heb hier nog een fotoafdruk in de speciale editie van Het Volk van 13 augustus waar ik samen op sta met Simpson. Ik drink van de waterslang en Simpson is zijn bidon aan het vullen. Zo ’n dorst hadden we. We hebben dan samen het peloton vervroegd. Dit was een 5 a 10 km voor de beklimming. Ik heb op Mont Ventoux een fameuze patat gehad en ben bij Huib Harings gekomen. Ik zag bij de beesten af, pas op, dorst, warm en kapot. Het was er zo warm dat ik in de beklimming bij mensen langs de weg ben gestopt en drinken gevraagd heb. Ze hadden alleen een fles rode wijn. Ik heb er goed van gedronken en zelfs rode wijn over mijn hoofd geschud om af te koelen. Iets verder zag ik Tom Simpson rechts van de weg liggen. De dokter en anderen stonden om hem heen. Ik heb op de Mont Ventoux zo’n inzinking gekregen dat ik als voorlaatste op de top kwam, samen met Huib Harings (NL). Achter ons kwam nog de Spaanse kampioen Otano. In de afdaling hebben wij dan nog gevlamd om zo weinig mogelijk tijd te verliezen. Het was er zo warm dat Huib Zilverberg een ijsventer zijn bak met ijs vroeg en in de snikhete bus zette. Hij deed zijn schoentjes uit en ging met zijn voeten in het ijs zitten. Niet vergeten dat wij nog met die snikhete bus naar Avignon moesten. Rond 21 uur ’s avonds vernamen wij dan dat Simpson overleden was. Wat een schok. Ik heb dan ook een moeilijke nacht gehad en mentaal was het de eerste dagen ook erg moeilijk. Omdat ik Tom goed gekend heb als ploegmaat in 1965. Hij woonde trouwens in Gent. Het was voor mij erg moeilijk, dat ziet ge ook op de foto in het boek. De fot van aan het vertrek in Carpentras. Deze rit naar Sete hebben we dan laten winnen door Barry Hoban, ploegmaat van Simpson en later getrouwd met Helen, de weduwe van Simpson. Dan zijn we nog de Pyreneeën overgetrokken en Bordeaux aangedaan en zo naar Limoges en Clermont Ferrand. De voorlaatste rit van Clermont Ferrand naar Fontainalleau was nog eventjes 359 km lang. Zodoende heb ik de laatste rit naar Versailles nog 3e gemaakt. Drie man vooruit en een voorsprong van 9 min. Na de tour nog elke dag, een 30 – tal, criteriums gereden.

Alles bijeen was het toch mooi, alhoewel de gevaren er wel zijn. Zo ben ik op mijn 13 jarige loopbaan als renner meer dan 100 keergevallen, maar nooit iets gebroken. Er is toch wel een verschil met het hedendaagse wielrennen maar het is wel een zeer mooie sport. Ik heb in alle geval genoten van de TV uitzendingen van de Giro (2005). Alles samen ben ik tevreden over mijn loopbaan. Het is mooi geweest, fijne reizen meegemaakt enz. enz. Ook een goede leerschool gehad voor het leven, veel mensenkennis opgedaan. Na maandag zal ik samen met 8 lezers van Rebany van Limburg Tom Boonen ontmoeten in Lichtaart bij een etentje. En ik weet nu al dat we een zeer mooie avond gaan hebben.

Ik dank u voor het toezenden van uw mooie boekje en hoop uw tweede boekje ook te ontvangen.

Beste sportieve groeten,
Michel Jaquemin.

Andere recent nieuws

Bert Sietsma gemotiveerd voor Tour for Life »
Toertocht Papenburg 2e Pinksterdag »
Week 20 »
Alweer wind…wind… en nog meer w…. »
Sikkom in t Pekelderdaip »