Mt Ventoux - op zoek naar de legende van Simpson
Categorie: Vakantietips | door | geplaatst op 01-05-2006 om 14:43
Even de gegevens uit de klimspecial van FIETS:
De top op 1909 m, aanvangshoogte zo ca. 300m. Dan gaat het aan de zware kant vanuit Bédoin in 21 km omhoog met een gemiddeld stijgingspercentage van 9,05 %.
Aan de ‘lichte’ kant vanuit Malaucène is de klim eveneens 21 km lang met een gemiddeld percentage van 8,2 %.
In de 14e eeuw schijnt de Mont Ventoux veel dichter bebost te zijn geweest dan nu het geval is. De bossen zijn in groten getale gekapt wat die kale – maanachtige – top ten aanschouwen geeft, zoals we dat maar zo goed van de Tv-beelden kennen. Wat maakt nu die Ventoux zo speciaal. Het is natuurlijk het verhaal van Tommy Simpson.
Simpson was van geboorte een Brit maar ten tijde van zijn profloopbaan woonde hij in het Belgische Gent – Mariakerke. Hij was niet zomaar een renner. Hij wist in zijn loopbaan grote koersen te winnen zoals de Ronde van Vlaanderen (1961). In 1962 werd hij de eerste Britse geletruidrager in de Tour. In 1964 wint hij Milaan-San Remo en in 1967 Parijs–Nice. In dat jaar rijdt hij de Tour de France, waar hij zo jammerlijk aan zijn eind zou komen.
Op 13 juli is de etappe Marseille–Carpentras. Het is die dag 40º C in de zon. Op de Mont Ventoux ontstaat een kopgroep van alleen maar zeer goede renners zoals Jimines, Poulidor, Gimondi, Janssen. En Simpson . De kopgroep bestaat uit ongeveer 10 renners. Op een gegeven moment moet Simpson lossen. Ongeveer twee kilometer onder de top slingert hij over de weg en komt ten val. Supporters helpen hem op de fiets maar na een paar meter valt hij opnieuw. Reanimatie mocht niet meer helpen en op de flanken van deze verschrikkelijke berg sterft Tommy Simpson. Eén versie van de oorzaak is dat het gebruik van whisky en amfetamines in combinatie met de extreme hitte en de onmenselijke inspanningen Simpson fataal zijn geworden. Simpson wordt zodoende de eerste dopingdode.
Deze berg is onze eerste reisbestemming in de zomervakantie van 2001. Samen met mijn broer Evert trekken we naar een camping in de nabijheid van deze berg. Op de dag dat we hem gaan 'aanvallen' voegt zich een andere Toer 80 -er bij ons. Het is Ruud Pzn, die even verderop in de Alpen op een camping staat. Gecompleteerd met de jongste zoon van mijn broer beginnen we aan dit karwei.
De kale werkelijkheid
Villes sur Auzon. Een klein dorpje in de Provence. Alles ademt hier een haast serene rust uit. De mensen hier houden hun siësta’s, lijken zich niet te bekommeren om de grootste toeristische trekpleister in hun omgeving, n.l. de Mont Ventoux. Vanaf de camping hebben we uitzicht op deze berg met op de top het markante gebouw van de France Meteo. De berg daagt ons uit maar boezemt ons tegelijkertijd ontzag in en jaagt ons zelfs de stuipen op het lijf. De dag breekt aan dat we de mythe van Tom Simpson gaan ontdekken.
Woensdag 11 juli 2001. Nog snel een kop koffie en we gaan tegen 10.00 uur op weg. Eigenlijk is dit tijdstip al te laat. Even buiten de camping voelen de kracht van de zon die ter plaatse het kwik tot 30 – 35 ºC doet stijgen. De warmte stijgt op van het asfalt en slaat ons keihard in het gezicht. Na 10 km fietsen we Bedoin binnen. Weer zo’n karakteristiek dorpje in de Provence. Hier snuiven we de geuren van Platanen op. Het is goed te merken dat we niet de enige fietsers zijn die ons aan deze krachtproef zullen wagen. De Mont Ventoux heeft een aantrekkingskracht die zijn weerga niet kent. In de vakantieperiode wagen zich dagelijks enkele honderden dapperen aan deze berg. De stopwatch wordt ingedrukt en merkwaardig genoeg wensen we elkaar veel succes. Vreemd toch eigenlijk. Al vele jaren ervaring met het fietsen in de bergen en dan toch angst voor deze kale berg? Waar komt die angst dan vandaan. Hebben we er teveel over gelezen misschien? In het begin valt het mee. De hitte is weliswaar enorm maar de berg is niet zo steil als werd gezegd.
Dan komen we al snel in het bos. Het wordt hier steil en in tegenstelling tot wat je zou verwachten heb je niet veel voordeel van de schaduw. Er is hier geen zuchtje wind. De ademhaling gaat zwaar en het wordt een strijd met jezelf. Nog maar 18 km te gaan. Het tempo is laag. De teller wijst steeds tussen de 8 en 12 km/u aan. Vocht, veel vocht gaat er uit. Steeds een klein beetje bijtankend vullen we dat weer aan, het geeft slechts maar een klein stukje energie.
Dan die tegenliggers. Ze razen ons tegemoet. Ze hebben de beklimming gehad en ik meen een glimlach te zien, als ze ons zo zien zwoegen. Het zijn echter collega’s en ze roepen ons ‘bon courage’ toe. Zij hebben immers diezelfde pijn gevoeld!
Het bos begint te vervelen en zomaar uit het niets doemt het maanlandschap voor ons op. Op de kruising het beroemde Chalet Reynard. Degene die nog een verfrissing wil moet het hier doen, tot aan de top krijg je de gelegenheid niet meer. Op het terras zitten mensen met verkoelende drankjes. Dit beeld lokt om af te stappen. De wetenschap is aanwezig om dat niet te doen. Je komt niet meer op de fiets. Een bordje aan de kant van de weg. De col ‘est ouvert’, open dus.
De gele stenenmassa, wat een apart gezicht. Dan voelen we ook de frisse wind. Je voelt de krachten terugkomen en het tempo gaat weer iets omhoog. Het gevoel bedriegt. Deze extra krachtsinspanning moet worden bekocht. Eén kilometer later slaat het toe in de benen. Het is weer steil. Vechtend tegen deze inzinking gaat het verder. Het gebouw van de France Meteo lijk je te kunnen aanpakken zo dichtbij, de top is echter nog 7 km verder.
De vele fietsers om je heen houden je op de been. Duitsers, Belgen, Zwitsers, Denen, Nederlanders en een handjevol Fransen worden lotgenoten. Cést dur of t’is zwaar zunne. Afzien is dus internationaal. Kilometer voor kilometer naderen we de top. De laatste 2 kilometer wordt het nog weer even 11 %. Rechts doemt het monument op ter nagedachtenis aan Tom Simpson. Onwillekeurig zie je die beelden, die van een doodstrijd in die loodzware bergetappe van 13 juli 1967.
De gedachte ‘zo boven te zijn’ doen de laatste krachten in je naar boven komen. Eindelijk, de top is bereikt. Het gevoel is ‘voldaan’, het lichaam is even ‘kapot’. Wat een zware berg onder deze weersomstandigheden. We hebben het echter gehaald en kunnen een mooie berg bijschrijven op ons lijstje.
Na de gebruikelijke foto’s dalen we even af naar het monument van Tom Simpson. Een monument opgericht door Britse wielerfans. Op – en bij het monument een verzameling van de meest uiteenlopende fietsartikelen. Bidons, kettingen, wielertruien etc. etc. sieren het ‘graf’ van Tom Simpson, de dopingdode. Het geeft mij een tweeslachting gevoel. Enerzijds zie ik die heroïeke zwart – witbeelden van toen. Anderzijds ook het besef dat een dopingzondaar zoveel eer krijgt toebedeeld.
De afdaling is begonnen. We zoeven naar beneden. In de afdaling zien we veel fietsers, die midden in hun beklimming zitten. Onwillekeurig komt er een glimlach op mijn gezicht, ik heb het immers al gehad. Ik blijf echter een collega en wens hun ‘bon courage’. Terug op de camping delen we de ervaringen van deze dag met onze gezinsleden en hebben we gezamenlijk de napraat, want daar is het toch allemaal om begonnen? Mont Ventoux. De poésie is verstompt. Voor ons is deze berg nu een ‘ kale werkelijkheid ’ geworden.
Andere recent nieuws
Bert Sietsma gemotiveerd voor Tour for Life »
Toertocht Papenburg 2e Pinksterdag »
Week 20 »
Alweer wind…wind… en nog meer w…. »
Sikkom in t Pekelderdaip »